Met naaipatroon Jamie maak je een jurk die opvalt door haar leuke details en zwierige rok! Deze tutorial met foto's zal het naaien hopelijk wat vergemakkelijken!
Overlock de zijnaden, de schoudernaden en de middenvoor- en middenrugnaden van de voor en rugpanden, of werk af met een zigzagsteek. Speld en stik de zijnaden. Strijk open.

Overlock alle zijden van de tunneltjes, of werk af met een zigzagsteek. Strijk telkens 1,5 cm van elke zijde van de tunneltjes naar de averechtse kant.
Jurk met elastiek in de zijnaad:
Speld de tunneltjes op de jurk aan de hand van de merkpunten, averechtse kanten op elkaar. De merkpunten duiden de bovenkant aan. Stik de boven- en onderkant, net naast de rand.

Haal de elastiek met een veiligheidsspeld door het tunneltje totdat het einde van de elastiek net in het tunneltje zit. Speld vast zodat de elastiek niet weg kan.


Stik aan deze zijde het tunneltje dicht door net naast de rand te stikken. Geef vervolgens op ongeveer 5 mm van dit stiksel, een tweede stiksel, waarmee je de elastiek vaststikt aan de jurk. Zorg dat je de volledige breedte van de elastiek vaststikt, anders trekt hij de taille niet mooi samen.

Haal de rest van de elastiek door het tunneltje en werk de andere zijkant op dezelfde manier af. Herhaal voor het andere deel van de jurk.

Jurk met lint:
Stik de zijkanten van de tunneltjes.
Speld de tunneltjes op de jurk aan de hand van de merkpunten, averechtse kant van de tunneltjes op de goede kant van de jurk. De merkpunten duiden de bovenkant aan. Stik de boven- en onderkant vast, net naast de rand.
Leg beide delen van het lint met de goede kanten op elkaar en stik één korte zijde vast. Strijk open. Plooi het lint dubbel in de lengte met de goede kanten op elkaar en speld rondom vast. Stik alle zijden dicht. Laat een opening van een vijftal centimeter in het midden om het lint te keren. Knip de hoekjes aan de uiteinden bij en keer het lint naar de goede kant. Strijk mooi plat. Naai de opening dicht met de hand. Wanneer de jurk klaar is, kan je het lint door de tunneltjes halen.
Vervolg beide versies:
Speld en stik de middenvoornaden en strijk open. Speld en stik de middenrugnaden en strijk open.

Speld en stik de schoudernaden en strijk open.

Overlock de schoudernaden van het voor- en rugbeleg, of werk af met een zigzagsteek. Speld met de goede kanten op elkaar, en stik vast. Strijk de naad open. Overlock de onderkant van de belegdelen of werk af met een zigzagsteek.

Speld de belegdelen op het bovenstuk, met de goede kanten op elkaar en zorg dat de merkpunten en schoudernaden overeenkomen. Zorg dat de middenvoor van voorpand en voorbeleg mooi op elkaar liggen. Je driegt best de V-hals voor je hem stikt, om het mooiste resultaat te krijgen. Stik rondom vast.

Knip de V-hals in tot net aan de naad, maar let erop dat je net naast het stiksel van de middenvoor knipt.

Geef ook enkele knipjes links en rechts van de V en in de rondingen van de schouders en de rug. Overlock de naden samen of werk af met een zigzagsteek. Strijk alle naadwaarden in de richting van het beleg. Geef een koordstiksel op de belegdelen waarmee je alle naadwaarden samen vaststikt aan het beleg, op 2 mm naast je stiksel. Begin en eindig waar je de V-hals hebt ingeknipt. Strijk de hals mooi op.

Speld de bovenkant van het onderstuk aan de onderkant van de mouw, met de goede kanten op elkaar. Stik vast. Overlock de naadwaarden samen of werk af met een zigzagsteek.

* in deze foto werden de zijnaden van de mouw en het onderste mouwdeel voorafgaand gestikt. Dit is anders in de instructies, maar het principes blijft hetzelfde.
Strijk de naadwaarden in de richting van de mouw. Stik de naadwaarden aan de mouw op 5 mm van de rand.

Vorm de platte plooi in de mouwkop. Werk op de goede kant van de mouw. Leg telkens de twee knippen van elke kant van de plooi op elkaar en werk van de mouwkop naar de zijnaad toe. Speld goed vast. Stik de plooi vast door op 1 cm parallel met de mouwkop te stikken. Laat je spelden zitten zodat de plooi zeker vastzit over een lengte van 2 cm.

Werk de zijnaden van de mouwen af met een overlock of zigzagsteek. Speld met de goede kanten op elkaar en stik vast. Strijk open.
Frons de zoom van de mouw. Stik met de grootste steek van je naaimachine op 1,5 cm van de rand zonder te hechten. Geef een tweede stiksel op 1 cm.

Speld en stik de korte zijde van het mouwbandje, met de goede kanten op elkaar. Strijk de naad open. Plooi het mouwbandje dubbel in de lengte, met de averechtse kanten op elkaar en strijk plat. Strijk één lange zijde 1 cm naar de averechtse kant.

Frons de mouw zodat deze op het mouwbandje past. Speld het mouwbandje met de niet omgestreken zijde aan de mouw, goede kanten van de stof op elkaar. Zorg dat de merkpunten overeenkomen. Stik rondom vast. Verwijder de fronsdraden.

Strijk de naadwaarden in de richting van het mouwbandje. Plooi het mouwbandje op zijn plaats, alle naadwaarden zitten binnenin het mouwbandje. Speld het mouwbandje vast aan de binnenkant van de mouw. Stik het mouwbandje vast in de aanzetnaad van mouw en mouwbandje. Werk op de goede kant.

Speld de mouw aan de armsgatopening met de goede kanten van de stof op elkaar. Zorg dat de merkpunten overeenkomen. Het enkele merkpunt duidt de voorkant aan, het dubbele de achterkant. Verdeel de stof aan het bovenste gedeelte van de mouw mooi gelijkmatig tussen de merkpunten. Rijg de mouw vast om valse plooitjes te vermijden. Stik vast. Werk de randen samen af met een overlock of zigzagsteek. Strijk in de richting van de mouw.

Strijk 1 cm van de zoom om naar de averechtse kant. Strijk vervolgens nog eens 3 cm om en stik vast net naast de rand.

Strijk je nieuwe jurk netjes op.